Boeddhisme

boeddha amithabaHet minste wat je van onze situatie in het westen kan zeggen is dat we het noorden kwijt zijn. Naarmate we scherper de grote leegte ervaren in onze manier van leven, wordt boeddhisme voor meer mensen aantrekkelijk. Als levensfilosofie baseert het zich niet op vaststaande waarheden maar op zelfonderzoek. Als religie gebruikt het geen begrippen als god maar directe ervaringen van verbondenheid met de schepping. Als moraal baseert het zich op vriendelijkheid en niet op strenge voorschriften. Boeddha’s spiritualiteit is vooral: begaan zijn met hoe we met vragen en moeilijkheden in ons dagelijks leven kunnen omgaan.


Boeddhisme als wegwijzer

Toen ik 27 jaar geleden met een therapieopleiding startte en tegelijk begon te mediteren, dacht ik dat mijn neurosen grotendeels zouden verdwijnen onder al die positief gerichte aandacht. Het is anders gelopen. Ik ben ervaringsdeskundige in bijna alle soorten neurose, waarmee ik gelukkig mijn voordeel doe als therapeut en als schrijver. Bijna elke neurose of zelfs het losgeslagen denken van een psychose lijkt voor mij minder vreemd en dreigend te zijn dan voor de meeste mensen. Cliënten bieden mij de kans om een uur lang mijn volledige aandacht op hen te richten en de commentaren van mijn woekerende geest stil te leggen. Indien ik welgesteld was, zou ik het gratis moeten doen…

De ervaring met mijn onuitroeibaar, dwangmatig denken heeft me altijd zeer sceptisch gemaakt naar de lange termijneffecten van psychotherapie. Vooral mediteren en boeddhistische inzichten helpen mij vlotter overgevoelige reacties en dwangmatig denken los te laten, sneller mijn evenwicht terug te vinden en een beetje socialer te worden. Therapie is nuttig als je een probleem wil aanpakken dat je enigszins kan afbakenen. En uiteraard om de zwaarste pijn te helpen verlichten tot je genoeg kracht en vertrouwen voelt om eventueel dieper te gaan. Voor dieper gewortelde problemen is een meditatieve training nodig, en het creëren van een positieve sociale omgeving.

Niet geloven, wel vertrouwen

Boeddhisme kan je zien als een 2500 jaar lange zoektocht naar die combinatie van mediteren en een positieve sociale omgeving creëren. Mij biedt het een kader om zowel mild naar mijn eigen kleine kantjes en gemis te kijken als naar andere mensen bij wie ik dezelfde pijn aantref. Ik vind het bemoedigend dat mensen als Boeddha en zijn medewerkers 25 eeuwen geleden al met dezelfde onderwerpen bezig waren als wij nu. Wat boeddhisme nog steeds actueel maakt is dat het uitgaat van het systematisch en proefondervindelijk onderzoek van je eigen psyche en hoe je van daaruit je wereldbeeld creëert. Geen geloof dus dat gebaseerd is op ideeën en voorschriften, en vertrekt van vaststaande conclusies. Boeddhisme vertrekt van het veranderlijke van de realiteit. Ik kan leren vertrouwen als ik mij open, meestroom met veranderingen en daarbinnen openbloei.

De kracht van westerse psychologie is haar veelzijdig, exact en verfijnd onderzoek van bewustzijn. Daar doe ik als psychotherapeut mijn voordeel bij maar als mens loop ik verloren in al die gefragmenteerde kennis. Hoe vind ik zelf en hoe vinden mijn cliënten zin in dit leven? Binnen de therapiewereld biedt de ervaringsgerichte aanpak mij een invalshoek om mijn cliënt niet afstandelijk te ‘observeren’en ‘behandelen’. Ik kan mij met hem verbinden door vanuit mijn uniek ego zo helder mogelijk contact te maken met zijn uniek ego. Boeddhisme heeft eenzelfde visie én biedt mij bovendien een religieus of spiritueel besef in zijn zuivere betekenis: een dieper inzicht in hoe mijn psyche en die van anderen thuis horen in een groter geheel.

Boeddha vond dat spiritualiteit geen voorrecht of een uitzonderlijke toestand van bijzondere mensen mocht blijven maar dat ieder individu zijn plaats in het groter geheel kon vinden via de eigen alledaagse ervaring in het hier en nu. Wanneer die ervaring open is, wordt spiritualiteit het inzicht dat de wereld zoals we die waarnemen schijn is. Wie kan in zijn eentje aanspraak maken op spiritualiteit als bij die verbondenheid met het geheel niet de mensen horen die nog lijden onder isolement? Wie kiest nu vrijwillig voor een leven vol concurrentie, lawaai, vervuiling en overbodige spullen zonder daaronder te lijden? Daaraan iets willen doen is zeer gezond en een vorm van ultiem realisme.

Zin en onzin van lijden

Realiteit is dat ik als mens beperkt ben. Waardoor ik mezelf kan toestaan om te ‘mislukken’ als een weg om te leren. Ongeluk is de voorstelling in mijn hoofd van hoe de wereld zou moeten zijn. Waardoor ik mijn ‘mislukkingen’ veroordeel, waardoor niets echt kan lukken… Boeddhisme vertrekt van de simpele maar cruciale vaststelling dat we kwetsbaar zijn. We worden allemaal wel eens ziek en we gaan zeker allemaal dood. Maar het is als mens vooral moeilijk om met psychisch lijden om te gaan: met verlangen en beperkingen, gemis en tegenslag. We proberen allemaal te overleven zonder goed te weten hoe je dat in feite doet. We doen gewoon maar ons best en toch gaat het geregeld mis. Het gaat mis zo lang we leven binnen de illusies van ons ego. Zonder uniek ego zouden we ons niet bewust zijn van het verschil tussen onszelf en anderen. Maar typisch menselijke lijden ontstaat als onze voorstellingen van de wereld tussen ons en de anderen gaan staan.

Boeddhisme ontwikkelde zich tussen twee polen om met lijden om te gaan. Je kan lijden zien als iets wat je jezelf aandoet en waarvoor je jezelf terugtrekt uit de wereld. Of je kan je beperktheid blijven erkennen en je voor hulp richten tot een natuurlijke wijsheid die overal in de wereld aanwezig is. Meestal slagen boeddhistische leraren er in om deze extremen te vermijden. Boeddhisten zien geluk, vriendelijkheid en mededogen als de natuurlijke toestand van de mens. Wijsheid is onderzoeken hoe we onszelf de kansen op geluk ontzeggen.

Zolang ik mijn problemen individueel benader, sta ik tegenover een overmacht. Wat kan ik als burger of als psychotherapeut doen in een samenleving waarin wie veel heeft, daar ook hard moet voor werken? En waarin wie hard werkt te gehaast is om nog te kunnen genieten van het leven? We creëren samen de wereld waarin voor wie gehaast is en succes boekt, tragere en minder ‘succesvolle’ mensen in de weg staan. In een volgend artikel ‘De drie biggetjes van het ego’ heb ik het over de boeddhistische opvatting dat ons ego een poging is om ons af te schermen van lijden, waardoor we precies meer lijden creëren, omdat ons ego een gevangenis wordt.

Vermoeide reizigers

Het pad naar ‘waarheid’ als inzicht in de realiteit noemde Boeddha de ‘Middenweg’. Lijden onder ziekte, dood, gemis en tegenslag bestaan nu eenmaal als harde realiteit. Paradoxaal genoeg vergroten we vaak juist ons lijden door de realiteit te proberen controleren en manipuleren of door ze te ontkennen en ervoor te vluchten. Een volwassen houding is in het midden blijven, tussen de extreme reacties van ontkenning of controle. Als ons ego zich automatisch isoleert, kunnen we juist bewust weer zoeken naar verbondenheid. Inzien dat alles in dit leven onderling afhankelijk is. Zonder zuivere lucht en water geen gezonde geest en lichaam. Zonder aarde, zaadjes, water en zon geen graan, en zonder boer die het graan maalt en bakker die het meel bakt, geen brood. Zonder iemand die naar je glimlacht een droevig bestaan. In wezen is de boeddhistische praktijk een oefening in dankbaarheid en dienstbaarheid.

Boeddhisme beweert niet dat we terug kunnen naar de natuurlijke, onschuldige toestand van een kind. Ons volwassen ego is zowel een hindernis als een mogelijkheid om de realiteit te doorgronden. Net zoals het bewustzijn van een kind een stadium is dat voor het volwassen bewustzijn ligt, zijn er bewustzijnsvormen die daar voorbij liggen. Een transpersoonlijke vorm is een eigen visie durven ontwikkelen en je niet langer vastklampen aan wat we collectief als ‘vaststaand’ beschouwen. Een volgend stadium is bewust je ego en visie durven loslaten, zodat je andere vermogens ontwikkelt, van meer intuïtieve, creatieve en holistische aard. Om dan bewust van een grotere realiteit en de plaats van je unieke ego daarbinnen terug te keren naar eenvoud en ruimere gevoelens als vredelievendheid, mededogen en hulpvaardigheid. Dus eerder de beperkte leefwereld van het kind in ons verruimen tot een vrijere volwassene… die zorgt voor het behoeftige kind in zichzelf en in anderen.

Boeddha presenteerde zijn leer, de ‘Dharma’, als een samenhangend geheel van inzichten in het bestaan. Maar hij weigerde zich te presenteren als de bezitter van unieke kennis. De ‘Dharma’ is eeuwenoude, collectieve kennis van feiten over hoe de realiteit in mekaar zit en inzicht in het mysterie achter de feiten. Inzicht ontstaat niet door losse feitjes louter opeen te stapelen maar in een onmiddellijk, intuïtief vatten van de essentie ervan. Daarvoor is inkeer nodig. Tijdens die inkeer kunnen we stoppen met het rondjes draaien binnen ons ego. We kunnen ook de lineaire werking van de ratio doorbreken. Door lang genoeg de wil op te brengen in een soort middelpuntzoekende toestand te blijven, slaat die plots om, richting totaliteit en inzicht. Het ego kan dan als een vermoeide reiziger aan de kant gaan liggen.

De wereld stopt niet bij het ego

De inkeer van hierboven beoefen je via meditatie met als pijlers: rust, aandacht en mentale stabiliteit. Maar rust en stabiliteit zijn relatief. Als alles constant verandert, zijn ook kennis en inzicht een telkens veranderende relatie met wat we hier en nu ervaren. De relatie met één unieke ervaring kan niet klakkeloos toegepast worden op andere unieke ervaringen. Mediteren is daarom een praktijkoefening in voortdurend wakker blijven. Boeddhisme omschrijft zelfkennis als het zoeken naar de wortel van onze conditioneringen. In die zin lijkt het op psychoanalyse. Alleen zoekt boeddhisme die wortel niet in het verleden maar in hoe we telkens in het nu kunnen kiezen tussen een geconditioneerde reactie en een nieuwe, actieve benadering van de realiteit.

De vraag is nu: wat is de beste actieve benadering van de realiteit? Zolang we het antwoord in ons ego zoeken, blijven we rond onze navel draaien. Boeddhisme draait het perspectief radicaal om. De ‘goede’ actieve benadering van de realiteit hangt niet af van hoe slim ik ben of hoe goed ik een norm toepas. Mijn benadering hangt simpelweg af van of ik goed doe voor anderen. Enkel door me in te leven in het lijden van anderen, kan ik mijn eigen ego en lijden loslaten. Op dat moment verruim ik niet enkel mijn blik, ik verruim mijn hele wereld. Met mededogen open ik mezelf en in mijn groter ervaringsveld stroomt de energie binnen van liefde, puur, ontdaan van vals sentiment of effectbejag. Als ik mezelf laat overheersen door negatieve gedachten en mezelf dus isoleer, kan ik mijn aandacht best richten op iets of iemand buiten mijn kleine ego. Op iets wat mij overstijgt: de mensheid, de natuur, Boeddha of een andere inspirerende mens. En dan vooral uitzoeken wat ik met deze inspiratie kan bijdragen aan mensheid of natuur.

Komt vrienden in den ronde

In ons type maatschappij is de norm steeds meer om individualistisch, rationeel, efficiënt en succesvol te zijn. Wat in de praktijk betekent dat we elk voor ons telkens weer het warme water moeten zien uit te vinden. Voor mij is het boeddhisme een dankbare mogelijkheid om opnieuw aansluiting te vinden bij een lange, rijke traditie van mensen die zochten naar de zin van dit leven. Ik kan contact maken met zielsverwanten over de eeuwen en de grenzen heen.

Maar om jezelf écht te kunnen zien, heb je in je huidige situatie anderen nodig als spiegels. Daarom creëerde Boeddha naast zijn eigen voorbeeld en het bestuderen van de Dharma, een derde pijler: de gemeenschap met anderen, de ‘Sangha’. Alleen al in groep mediteren is veel krachtiger en meer bemoedigend om door te gaan dan het in je eentje te doen. Om onze psychische muren te durven doorbreken, hebben we ook de veilige omgeving nodig van zielsverwanten die ons steunen en ons liefdevol confronteren met de verstarringen van ons ego. Het boeddhisme heeft zich van in zijn begindagen in sangha’s georganiseerd en de regels bijgeschaafd die zo’n samenzijn mogelijk maken.

Meditatie als zelfonderzoek blijft de basispraktijk. Meditatie maakt ons zachter en deze mildheid kan je uitbreiden naar hoe je omgaat met anderen. Een regel in dit omgaan is luisteren zonder tussen te komen. Elk zet zijn eigen ervaring naast die van de ander, in het besef dat er niet één grote waarheid is. Een volgende ‘regel’ is dan ook het oefenen in mededogen: wat kan ik doen voor de ander in plaats van enkel voor mezelf? Dit omkeren van het perspectief helpt de groepsleden om hun ego te durven loslaten en te ervaren dat we ons meestal onnodig beschermen en dus de ander ook onnodig veroordelen, aanvallen, in de steek laten…

Een stap verder is opkomen voor een terechte eigen behoefte of mening, deze naast die van een ander te zetten, en daarbij proberen geen druk uit te oefenen vanuit je ego. Echte verbondenheid is juist respect voor de eigenheid van de ander. Als je niet langer strijdt, merk je hoe je eigenheid op één of andere manier vanzelf gaat samen stromen met die van de ander, zonder de kinderlijke behoefte om totaal samen te vallen. Dat geldt ook voor het boeddhisme: ieder gaat daar op zijn eigen manier mee om. Veel boeddhistische stromingen in het oosten zijn verstard, ongeveer zoals westerse kerken dat zijn. Het is erg waarschijnlijk dat de vernieuwing vanuit het westen aan het komen is. Het boeddhisme heeft een rijke geschiedenis aan dergelijke vernieuwingen vanuit de streken waar het passeerde. In de sangha waarvan ik lid ben is het typerend dat we veel lachen, met onszelf en met het boeddhisme. Westers boeddhisme zal, hoop ik, een religie en een praktijk zijn zonder heilige huisjes of clichés.

Literatuur: 

  • Edward Conze, Le Bouddhisme, Payot, Paris 1995
  • Roland Rech, Zenmonnik in het westen, Ankh Hermes, Deventer 1997
  • Thich Nhat Hanh, Het hart van Boeddha’s leer, Gottmer Uitgevers Groep, Haarlem 1999
  • Karen Armstrong, Boeddha, Rainbow Essentials, Amsterdam 2001
  • David Brazier, Zonder gruis geen parels, Asoka, Nieuwerkerk a/d IJssel 2001
  • Joseph Goldstein, De opkomst van een westers boeddhisme, Servire, Utrecht 2003
  • Frédéric Lenoir, Le rencontre du bouddhisme et de l’occident, Albin Michel, Paris 2011.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *