Boeddhistische therapie


Twee Zenmonniken, Ejaku en Enen ontmoeten mekaar voor het eerst.

“Wat is je naam?” vraagt Ejaku.
“Ejaku,” zegt Enen.
“Ga weg,” zegt Ejaku, “Ejaku, dat ben ik!”
“Vooruit dan maar,” zegt Enen, “dan ben ik weer Enen.” 

Samen onderzoeken 

Werken vanuit een boeddhistische visie betekent dat ik geen specialist ben die adviezen geeft maar een onderzoeker. Samen met mijn cliënt ga ik vooral na wat realiteit is en wat illusie. Ook cliënten die niet expliciet kiezen voor een boeddhistische aanpak, vinden het meestal oké om samen ontspannen of meditatief naar hun situatie te kijken.

Boeddhistische psychologie vertrekt van de vaststelling dat we de realiteit meteen vervormen in onze geest. Vlak nadat we iets waarnemen, hechten we daar een ketting van reacties, van gevoelens, gedachten en acties aan vast. Dit proces is eigen aan de mens en is al begonnen in onze vroegste jeugd. Door herhaling zijn patronen ontstaan: ons karakter maar ook de rollen die ons gedrag als volwassenen blijven bepalen. Zo ontstaat een uiterst persoonlijk verhaal over hoe volgens ons de realiteit in mekaar zit. Een verhaal dat soms mijlenver verwijderd is van wat er werkelijk aan de hand is.

Vanuit de boeddhistische psychologie stel je dit allemaal neutraal vast, en oordeel je niet. Boeddhistische psychotherapie is het erkennen van de problemen die we creëren door ons vast te klampen aan een achterhaald verhaal. Tegelijk is dit verhaal een weergave van de overlevingsstrijd die we met onze geest en ons lichaam hebben gevoerd. We hebben best respect voor onze strijd, die zowel onze moed als onze wanhoop uitdrukt.

Als therapeut ben ik vooral accepterend en empathisch aanwezig. Als boeddhistische therapeut ben ik ook meditatief aanwezig. Dat wil zeggen dat ik mijn cliënt aanmoedig om neutraal vast te stellen wat opkomt en om telkens terug te keren naar de aardse, realistische en stevige ervaring van zijn lichaam. Ik help hem geestelijk door te ontspannen en te aanvaarden wat is. Dit is ook wat we doen als we mediteren: vertragen, zodat we de automatische reacties opmerken, waarvan we ons anders niet bewust worden. Vervolgens moedig ik aan om wat zich vroeger voordeed te laten gaan en ruimte te maken voor nieuwe mogelijkheden.

Aandacht voor de eigen conditioneringen 

Boeddhisme stelt dat wij mensen net als alle andere fenomenen veranderlijk zijn en dus niet echt een permanent zelf ‘hebben’. We hebben natuurlijk een eigen aard maar ons zelf is vooral een referentiekader, een voorstelling die van moment tot moment verandert. Die veranderlijkheid kan ons verwarren omdat het een contrast is met onze voorstelling van een permanent zelf dat ons zekerheid moet bieden. Een ‘permanent zelf’ leidt tot een eerder egocentrische houding die ontstond vanaf onze eerste pijnlijke ervaringen. Die ervaringen zetten ons aan om voortdurend mentale constructies en fysieke patronen op te bouwen als schild tegen het lijden. Daardoor snijden we ons af van de wereld zoals die werkelijk is. Een isolement dat opnieuw angst en lijden creëert.

Door ons gedrag neutraal onder ogen te zien, kunnen we ons isolement en lijden verminderen. De boeddhistische houding daarbij is niet enkel neutraal en geduldig maar ook aanhoudend en vastbesloten naar onze pijnlijke plekken te blijven zien. Mijn leidraad als therapeut is onderzoeken hoe mijn cliënt zijn ervaring ‘inkleurt’: waar zijn verhaal verstart of niet, waar de schakels in zijn ketting van reacties vastzitten.

Enkele vragen die ik daarbij stel:

  • Hoe vereenzelvigt mijn cliënt zich met zijn lichaam of negeert hij het?
  • Hoe reageert hij instinctief op mensen of situaties die veilig of bedreigend lijken?
  • Welke gevoelens en denkbeelden creëert hij over mensen of situaties?
  • Tot welke motieven en gedrag leidt dit?
  • Welk verhaal vormt de ‘waarheid’ van mijn cliënt?

Aandacht voor de ander en de omgeving 

In de boeddhistische psychologie is er geen vast en autonoom zelf. Om te overleven, hangen we af van aarde, water, licht en lucht. We kunnen ook niet zonder de mensen rond ons. Hoe minder barrières we rond ons hebben, hoe meer we open kunnen zijn voor hulp, steun, waardering, liefde… In boeddhistische therapie is de meest heilzame kracht daarom liefdevol zijn voor onszelf en voor anderen.

Als therapeut sta ik naast mijn cliënt als een metgezel die mee zoekt naar wat reëel is. Het gaat om zo neutraal mogelijk te beschrijven en te beleven wat hier en nu aanwezig is. De leidraad is eerder lichamelijke gewaarwording dan rationeel inzicht of emotionele ontlading. Een ontlading kan tijdelijk helpen om een verstard patroon te doorbreken maar uiteindelijk blijft het wel een actie binnen het referentiekader van het ‘zelf.’

Als tegengewicht voor teveel vastzitten in de binnenwereld of juist de buitenwereld, stimuleer ik vooral een meer objectieve en empathische houding naar de belangrijke anderen van mijn cliënt. Hierdoor kan hij de ander als medemens ervaren en komt de erkenning van onze kwetsbaarheid in de plaats van vijandigheid. Die houding kunnen we ook naar onszelf leren aannemen.

Aandacht voor de oorspronkelijke realiteit 

Een andere heilzame kracht is mededogen hebben en liefdevol zijn voor het hele bestaan. Lijden vermindert niet enkel door ‘persoonlijke’ vermogens maar evenzeer door ons te verbinden met de onderstroom van het leven. Dit contact geeft zin aan het leven en laat ons herbronnen in het totale bestaan. Als therapeut belichaam ik de mogelijkheid van neutraal waarnemen, aanvaarden van de realiteit zoals-ze-is en mededogen hebben met wie lijdt. Naarmate mijn cliënt zijn realiteit en anderen kan zien zoals ze zijn, bevrijdt hij zich van oordelen en schuld. Ik grond mij ondertussen in de onderstroom of de ruimere dimensie waarvan de cliënt afgesneden is. Ik stimuleer het vertrouwen in een oorspronkelijke realiteit die voor mijn cliënt dikwijls eerst leeg en betekenisloos lijkt.

Het komt er op neer dat ik een ruimer referentiekader aanbied dan het persoonlijke kader van mijn cliënt. Maar ik doe dit vanuit wat ik ervaar in het contact met mijn cliënt en niet door nieuwe concepten aan te bieden. Ik zal bijvoorbeeld zelf rust, aanvaarding en mededogen moeten belichamen vooraleer ik deze eigenschappen van mijn cliënt kan verwachten. Mijn enige ‘streefdoel’ is mijn cliënt uitnodigen om met meer mededogen naar zichzelf en anderen te kijken. En tenslotte, om de negatieve energie die hij investeert in verstarde reacties te gebruiken voor positieve doelen.

(Als je dieper op dit onderwerp wil ingaan, vind je onder deze knop de tekst ‘Boeddhistische therapie: enkele achtergronden.’)

Literatuur: 

  • Mark Epstein, Gedachten zonder denker, Asoka, Nieuwerkerk a/d Ijssel, 1997
  • Gay Watson ea, De psychologie van het ontwaken, Asoka, Nieuwerkerk a/d Ijssel 2001
  • Ria Kloppenburg ea, Boeddhisme en psychotherapie, Asoka, Nieuwerkerk a/d Ijssel 2005
  • Caroline Brazier, Other-centred therapy, O Books, Winchester 2009.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *