Begeleiding bij meditatie


Een specifiek onderdeel van mijn aanbod als boeddhistische therapeut is begeleiding bij meditatie. Veel westerlingen raken nooit verder dan de eerste stadia van meditatie; meer kunnen ontspannen en zichzelf beter kunnen observeren. Dat is spijtig want mediteren kan ons werkelijk transformeren, in contact brengen met een diepe vrede en ons radicaal bevrijden van illusies. Zo heeft de Boeddha zijn benadering ook voor ons uitgewerkt.

Als we blijven steken in meditatie, of als we afhaken, komt dat vooral door een verkeerde aanpak of door een gebrek aan zelfinzicht. 

Een verkeerde of beperkte manier van mediteren 

In het westen worden we zelden begeleid door een leraar, zoals in het oosten. Daardoor leren we vaak niet zo duidelijk de verschillende stadia in het mediteren kennen. Zo kunnen we ons tijdens het mediteren zeer rustig en zelfs zeer behaaglijk voelen en niet doorhebben dat we gewoon bezig zijn onlust of andere storende elementen te onderdrukken.
In het boeddhisme wordt de leraar soms de ‘goede vriend’ genoemd. Als er geen leraar is, kan een groep (de ‘sangha’) hem vervangen. De groepsleden zijn dan de ‘goede vrienden’ die een veilige ruimte creëren waarbinnen we onze problemen kunnen delen zonder beoordeeld te worden en aangemoedigd worden in onze positieve ontwikkelingen.

Een gebrek aan zelfinzicht is dat we gemakkelijk inzicht verwarren met rationaliseren, gelijkmoedigheid verwarren met afstandelijkheid of mededogen met onverschilligheid. Omgekeerd beseffen we soms niet dat we blijven hangen in een beperkte manier van mediteren. Tijdens het mediteren glijden we in spirituele ervaringen die zo subtiel zijn dat we ze nauwelijks opmerken. Die ervaringen zijn gekend maar iedereen ervaart ze op een persoonlijke manier. Zo komen deze ‘veranderde bewustzijnstoestanden’ vaak onverwacht en zijn ze van korte duur. We kunnen kalm geluk ervaren maar ook pure extase. Elke notie van een afgescheiden ‘zelf’ kan wegvallen. We kunnen ons ingewijd voelen in een rustige wijsheid, in diepe inzichten, in liefde en mededogen. Deze ervaringen zijn zo subtiel en persoonlijk dat het moeilijk is om ze met anderen te delen.

Een misvatting die blijkbaar eigen is aan mediteren, is af en toe een schijn-bevrijding of ‘verlichting’ meemaken. We zijn helemaal tot rust gekomen, voelen ons licht, soms lijkt het alsof we ons lichaam losgelaten hebben. Het is een aangename ervaring, maar zelden werkelijke bevrijding. Elk meditatiestadium kunnen we vervormen met onze onbewuste reactiepatronen. Daardoor herkennen we soms ook onze werkelijke groeikansen niet.

Een gebrek aan zelfinzicht 

Elke westerling heeft een oertrauma. Als kind zijn we zeer afhankelijk van ons kerngezin waarin meestal twee mensen in al onze behoeften en verlangens moeten voorzien. Dat kan geen enkele ouder waarmaken, hoezeer die ook oprecht zijn best doet. In het beste geval voedden nog andere familieleden ons mee op en zijn we relatief weinig getraumatiseerd. In oosterse culturen is meestal een veel grotere groep mensen betrokken bij de opvoeding en bovendien staan ego, assertiviteit en individualiteit er traditioneel minder centraal. De meditatievormen die wij overnemen starten dus vanuit een andere situatie dan onze.

Ook al lijkt het niet zo, we hebben zo goed als allemaal het gevoel dat we op een veel te vroege, kwetsbare leeftijd in de steek zijn gelaten. Dat leidt tot diepe gevoelens van leegte, schuld en schaamte. Deze gevoelens blijven ofwel onbewust, ofwel blijven we er in ronddraaien. Als we mediteren, openen we deze doos van Pandora en schrikken we ervoor terug, of blijven we om de pijnlijke kern heen draaien.

Als velen nood hebben aan therapie is het precies om te leren omgaan met oude pijn. Oosterse meditatieleraren hebben niet altijd oog voor de diepere lagen die we aanraken tijdens het mediteren. Daarnaast is meditatie zeer efficiënt om verborgen trauma’s aan het licht te brengen maar niet altijd om er ook effectief iets aan te doen. We kunnen een trauma immers pas doorwerken als we het herkennen en als we voldoende tijd investeren in het leren relativeren van de emoties die het oude trauma blijft oproepen en herhalen. Mediteren is ook oefenen in geduldig maar aanhoudend omgaan met oude pijn. Tegelijk is het oefenen in het opmerken dat we soms wel degelijk de oude pijn loslaten en open zijn voor dieperliggende aanvaarding en wijsheid.

En tot slot

Steeds meer westerse therapeuten hebben interesse in meditatie. De combinatie van therapie en meditatie is vaak nodig als we verder willen geraken dan een tijdelijke verlichting van stress of pijnlijke emoties. Tegelijk beseffen we in het westen vaak niet dat boeddhisme veel meer inhoudt dan mediteren. In het oosten mediteren voornamelijk kloosterlingen en is meditatie maar één middel voor persoonlijke verandering. Bovendien ligt in het oosten de nadruk in het mediteren zelfs niet op ontspannen, maar op alert zijn, wakker om te zien wie we werkelijk zijn.

Als we onze concrete levensstijl niet veranderen, kan mediteren vrij steriel blijven. Boeddhisme is radicaal, het gaat over een egocentrisch standpunt vervangen door een perspectief dat gericht is op de ander en op de wereld. Edel Maex zegt het krachtig: ‘Meditatie is de transformatie van pijn naar mededogen.’

Bibliografie

  • Mark Epstein, Gedachten zonder denker, Asoka, Nieuwerkerk a/d Ijssel, 1997
  • Gay Watson e.a., De psychologie van het ontwaken, Asoka, Rotterdam, 2001
  • Ken Wilber, Integrale psychologie, Ankh-Hermes, Deventer, 2001
  • Edel Maex, Dit is de plaats, Lannoo, Tielt, 2013.

Comments are closed.