Psychotherapie

 

Onderzoek naar de effectiviteit van psychotherapie geeft aan dat niet het soort therapie maar de persoon van de therapeut belangrijk is. Een therapeut is op zijn best als hij zonder vooroordelen en meelevend naar je luistert, en toch zichzelf blijft. Het feit op zich dat iemand je misschien voor eerst laat uitspreken, niet meteen interpreteert of oplossingen aanbiedt, werkt op zich al therapeutisch. Dat is wat goede vrienden doen. Wat is dan de meerwaarde van een psychotherapeutische benadering?

Therapie is de juiste vragen stellen 

Erkenning en steun krijgen, geeft rust en vertrouwen. Vanuit die basis kan je samen met een therapeut je situatie op een rijtje te zetten en een rode draad in je verhaal krijgen. Als problemen acuut zijn of van praktische aard, moet er niet te diep gegraven worden maar eerst gehandeld. Meestal hebben problemen wel een langere voorgeschiedenis. Daarom ga je als therapeut na of de therapie zich vooral moeten richten op het individuele gebied, op gedrag, relatie, familie, gezondheid, en uiteraard vaak op combinaties van die aspecten. Psychotherapie wordt dikwijls ook efficiënter wanneer er samenwerking is met andere disciplines: dokter, kinesitherapeut, psychiater…

Therapie is een evenwichtsoefening tussen afstand en nabijheid. Dikwijls zit je als cliënt ondertussen met prangende vragen: waarom ben ik depressief, waarom gaat mijn relatie kapot, waarom kan ik mijn werk niet meer aan? Elke cliënt is uniek, dus is zijn vraag en het antwoord daarop ook uniek. Het antwoord zit in jezelf. Als therapeut richt je daarom de blik op de diepere lagen waar zowel blokkades zitten, als vlak daarnaast verborgen mogelijkheden. Een psychotherapeut moet dus inzicht krijgen in hoe blokkades ontstaan en in stand blijven. Maar hij moet anderzijds, ook wanneer je als cliënt wanhoopt, je vertrouwen aanspreken in een natuurlijk, gezond bewustzijn dat in elk van ons leeft.

Blokkades uiten zich meestal onrechtstreeks, in symptomen. We zijn bang voor iets, worden zenuwachtig, schieten in de verdediging, en weten niet waarom. Dit gedrag en de gevoelens die er aan gekoppeld zijn, blijven zich maar herhalen. Daardoor is het moeilijk om in te zien dat het nog altijd om de gezonde overlevingskracht gaat, die we hadden als kind. We waren toen onbevangen, moedig en vol vertrouwen. Hoe bleven we anders na honderd keer vallen toch weer opstaan en leerden we tenslotte lopen? Op dezelfde manier leerden we ons als kind aan te passen aan te weinig aandacht, begrip, veiligheid. De blokkades ontstonden doordat we steeds dezelfde manieren gebruikten om ons aan te passen.

Patronen zijn als de parel in een oester 

Een vreemd voorwerp zoals een zandkorrel komt terecht in een oesterschelp en de schelp reageert door de korrel in te kapselen met een kalklaag en een parelmoerlaag. Ongeveer op die manier reageren wij van jongs af aan op kritiek, onbegrip, eenzaamheid: we kapselen het allemaal in. Onze parels zijn onze eigenaardigheden maar soms worden ze te groot en verharden we teveel. Wanneer we elke kritiek of elk onbegrip inkapselen zijn we niet meer aangepast aan de situatie nù. Therapie is die verstarring doorzien en onze parels weer creatief gebruiken; weer meestromen met het water.

Als therapeut neem je niets ‘weg’ maar voeg je toe. Vechten tegen oude patronen  haalt niets uit, wel zoeken naar nieuwe, beter aangepaste manieren van leven. Tegen het einde van een sessie probeer ik meestal te zoeken naar oefeningen of praktische toepassingen die kunnen vertalen wat doorwerkt is. Die inzichten noem ik de ‘negenproef’, nagaan of wat in de spreekkamer is ontgonnen ook in het dagelijkse leven kan toegepast worden.

Therapie is oefenen 

Naast gesprekspartner beschouw ik mezelf als therapeut ook als een trainer die kennis en ervaring aanreikt in de vorm van oefeningen en handvatten. In het westen ontwikkelden we ontspannings- en visualisatietechnieken om lijfelijk te ervaren hoe je energie blokkeert en hoe je ze vrij laat stromen. Het oosten leert ons eeuwenoude meditatietechnieken die zowel eenvoudig als diepgaand en bevrijdend zijn. In de teksten over ontspanning en meditatie ga ik hier verder op in.

De levensadem, ‘spirit’, is in alles en ook in ieder van ons aanwezig. De uitdaging is om de weg terug te vinden naar hoe je energie weer meestroomt met de rest van het universum. Zelfkennis werkt in twee richtingen: je gaat onderzoeken hoe je jezelf op een -wellicht al oude, bekende manier blokkeert- en je onderzoekt de mogelijkheden die je nog niet durfde aanspreken. De rest is uitproberen, vallen en opstaan, zoals we het als kind al deden.

Literatuur:

  • Perls, Hefferline, Goodman, Ken uw zelf, 1977
  • Bosch I., De herontdekking van het ware zelf, Houten 2000
  • De Fever F., Pak van mijn hart. Wegwijs in de psychotherapie, Baarn 2000
  • Wilber K., Integrale psychologie, Deventer 2001
  • Welwood J., Psychologie van de ontwaking, Utrecht 2001
  • Brazier C., Other-centred therapy, Winchester 2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *